top of page
Zoeken
  • Foto van schrijverTanya Commandeur

Hoe Rosa's oorlog begon


Rosa, Lucky, Carl, meneer Troost, Wally, Esther, Teddy, Kid en Boy: de hele stoet personages die voorbijtrekt in ‘Rosa’s oorlog’ bestond drie jaar geleden ook voor mij nog uit complete strangers. De meeste leerde ik langzaam kennen, hun angsten en dromen, hun mooie en minder mooie kanten, hun soms bijzondere gewoontes. De bijfiguren hebben echt bestaan, over hen kon ik informatie opduiken op Internet, in boeken en archieven. Hoofdpersonages Rosa, Lucky en Carl kwamen vanuit mijn onderbewustzijn bovendrijven. Carl bijna letterlijk: een vreemdeling die uit de Nieuwe Maas werd gevist. Rosa was geïnspireerd op een zinnetje in een artikel, over een ‘Surinaamse garderobedame’ die tijdens de Tweede Wereldoorlog in jazzcafé Belvédère zou hebben gewerkt. Ik probeerde te bedenken wie ze was ze en hoe ze daar was beland, in een tijd waarin er nog nauwelijks Surinamers in Nederland woonden. Plotseling zag ik haar voor me: een mooie getinte jonge vrouw die me recht aankeek. Maar ze was niet alleen, naast haar stond een wat grof gebouwde jongen met een bril met jampotglazen. Haar broertje? Hij stond er wat onbeholpen bij en toen ik op hem inzoomde, besefte ik dat hij het syndroom van Down had. De naam Lucky kwam in me op. Mijn fantasie sloeg op hol: waar waren hun ouders? Hoe gingen ze zich redden? Het is wonderlijk, maar Rosa en Lucky ‘waren’ er meteen, bijna tastbaar. De moederlijke bezorgdheid maar ook het ongeduld van Rosa, het dromerige van Lucky, het was vanaf het begin duidelijk hoe ze in elkaar zaten. Inmiddels weet ik ook hoe ze op de Kaap waren beland en wat de vreemdeling voor ze zou gaan betekenen.

Vanaf gisteren is de stoet personages de wijde wereld ingetrokken. Ik laat ze los, en hoop dat ze een mooie reis gaan maken.

40 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page