Bio

Ik ben geboren op 11 december 1969 in hartje Haarlem, volgens mijn oma ‘met een potloodje in de hand’. Tekenen deed ik inderdaad graag, maar schrijven ook. Mijn eerste ‘boek’ fabriceerde ik op achtjarige leeftijd in een kladblok van de Hema. Op de basisschool tekende ik graag strips en schreef ik voor de schoolkrant. Veel later, tijdens mijn studie Romaanse Talen en Culturen aan de R.U.G., schoof ik aan bij de redactie van De Studentenkrant. Na mijn afstuderen kreeg ik de kans een culturele rubriek te verzorgen voor het blad En France, waarna ik begon te schrijven en redigeren voor bladen als Marie Claire, Intermediair, Top Santé, Linda, Flair en Flow. In 2005 woonde ik met man en kinderen in Engeland, en begon daar, getriggerd door de moord op Theo van Gogh, te werken aan mijn eerste roman: Wallada’s Gasten.
Het boek werd in 2008 uitgegeven door Sirene. Ik dacht dat het daarbij zou blijven, maar jaren later werd ik gegrepen door het dramatische levensverhaal van Johannes, mijn betovergrootvader, dat ik uitwerkte in De man die alles achterliet. Tot mijn grote geluk werd het manuscript geaccepteerd door Ambo|Anthos en opgenomen in hun historische reeks. Daarna volgden bij dezelfde uitgeverij Uit liefde, meneer Tuschinski, een roman over de bioscoopmagnaat Abraham Tuschinski en Rosa's oorlog, over een onmogelijke liefde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Recent is verschenen het goed besproken De reus van Amsterdam, over het avontuurlijke leven van Albert Kramer, de langste Nederlander ooit. Het potloodje is allang vervangen door een computer, maar schrijven doe ik zolang ik kan :-)